De grammofoonplaat

Op afb. 3.1 zien we het eerste model van zijn platenspeler. De grammofoonplaten bestonden nog uit zink en waren slechts enkelzijdig bespeelbaar. In 1904 waren er al dubbelzijdig bespeelbare platen van hardrubber met een speeltijd van 4 minuten per kant. Een grote vooruitgang in de ontwikkeling van de grammofoonplaat boekte men toen het gelukte wasplaten voor de opname te gebruiken en daarvan langs galvanische weg persmatrijzen te maken. Hiermee was niet alleen de weg geopend voor een willekeurige vermenigvuldiging van platen, maar bereikte men ook een grote vooruitgang in de geluidskwaliteit. Een verdere stap voorwaarts zette men in 1925 toen het akoestische opnameproces door een elektrisch proces kon worden vervangen. In 1950werd nog vooruitgang geboekt met de invoering van de langspeelplaat en het groefschrift met variabele spoed. Nu men sinds het eind van de vijftigerjaren ookstereoplaten kan vervaardigen, bereikt men een optimum aan klankhelderheid en doorzichtigheid. De ontwikkelingsweg van de grammofoonplaat was lang en moeilijk. Hoewel de stand van zaken nooit helemaal bevredigend was voor de technici, reageerde het publiek telkens enthousiast op de nieuwe ontwikkelingen. Tegenwoordig is de grammofoonplaat van zo'n hoge kwaliteit, dat deze door geen andere wijze van geluid opslaan wordt overtroffen. Het is het doel van de platenspeler de door de plaat geboden mogelijkheden ten volle te benutten. Het is dus te begrijpen dat de platenspeler in de loop der tijd even grote veranderingen heeft ondergaan als de grammofoonplaat in de loop van zijn negentigjarige geschiedenis. De grammofoontechniek kreeg in de dertigerjaren een belangrijke impuls toen het loopwerk met een veer door een elektrische aandrijving werd vervangen en de akoestische hoorn plaats maakte voor een elektromagnetische groeftaster. Daarmee was de basis gelegd voor een steeds maar doorgaande ontwikkeling. Elektronisch gestuurde aandrijfsystemen met een gestabiliseerd toerental bieden de beste gelijkloopgaranties, waarmee het janken van de weergave voorgoed tot het verleden behoort. De toonarm heeft zich van een eenvoudige drager voor de hoorn tot een precisieinstrument ontwikkeld: zeer licht van gewicht, zonder topzwaar te worden, zonder resonantiegevoelige plaatsen en in beide richtingen vrij beweegbaar met een minimum aan wrijving. De akoestische hoorn met het mica membraan is geweken voor een zeer gevoelige elektromagneAfb. 3.2 HiFi-platenspeler met drie sensoren voor de schakelfuncties start/stop en snelheidskeuze (Telefunken). tische omzetter. Saffieren en diamanten zijn in de plaats gekomen van de stalen naalden. Naast de afspeeleigenschappen zijn ook de bedrijfszekerheid en het bedieningscomfort voortdurend aan verbeteringen onderhevig geweest. Zo zijn er vrijwel perfecte automatische platenspelers voor afzonderlijke platen en platenwisselaars tot ontwikkeling gekomen. Soepele schakelaars, zelfs contactschakelaars (sensoren), met controlelampjes maken het starten van de verschillende functies zeer gemakkelijk (afb. 3.2). De geschiedenis van de platenspeler wordt dus gekenmerkt door een onafgebroken rij van ontwikkelingen waarvan het einde voorlopig nog niet in zicht is. 3.2 De grammofoonplaat Tot aan het begin van de vijftigerjaren kende men alleen de plaat met normaalgroef die met een toerental van 78 t/min. moest worden afgespeeld. De korte speelduur en de grote hoeveelheid ruis droegen er niet toe bij dat de plaat een grote vlucht kon nemen. Pas de langspeelplaat, met de lage speelsnelheid van 33% t/min. en de variabelespoedtechniek, bracht een zodanig lange speeltijd binnen de mogelijkheden, dat ook langere muziekwerken op de plaat konden worden gezet. 17

© 2020 Platendraaiers created by Ben  Powered by Wix

  • Twitter
  • Facebook